Skip to content

Adaptive functioning ​

Last edited on: 3-6-2026

NOTE: The English version of this is still in the works. Please come back at a later time.
NOTITIE: Deze pagina in nog in ontwikkeling.
DISCLAIMER
I'm not a professional and am not formally educated in the area. The information here has been written in line with the truth as much as possible, but there might be things that aren't completely sound. Always try to do your own research.

Inhoud:

Op deze pagina worden adaptief functioneren en de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADLs) in meer detail uitgelegd.

Adaptief functioneren betreft de dagelijkse vaardigheden die een persoon nodig heeft om aan maatschappelijke verwachtingen van zelfstandigheid en sociale verantwoordelijkheid te voldoen. Ze worden onderverdeeld in 3 verschillende gebieden: conceptueel, sociaal en praktisch.

Conceptueel ​

Conceptueel functioneren omvat de cognitieve en academische vaardigheden die gebruikt moeten worden in het dagelijks leven. Dit domein is erg breed en omvat zowel basisvaardigheden (zoals het kunnen gebruiken van wisselgeld en het volgen van instructies) als complexere vaardigheden (zoals plannen en het inzien van je eigen beperkingen). De onderdelen zijn meestal:

  • Het begrijpen en gebruiken van taal (bijv. het begrijpen van instructies met meerdere stappen, het begrijpen van indirect taalgebruik, je goed kunnen uitdrukken in gesproken of geschreven taal)
  • Lezen en schrijven (bijv. het lezen en begrijpen van labels en brieven, geschreven instructies kunnen volgen, het begrijpen van diagrammen en tabellen)
  • Rekenen en geld (bijv. kunnen budgetteren, kunnen uitrekenen of je iets kan betalen, dingen kunnen meten)
  • Tijd (bijv. klok kunnen lezen, snappen hoe lang een taak duurt, snappen in welke volgorde iets gedaan moet worden)
  • Geheugen (bijv. stappen van een plan kunnen onthouden zonder ze op te schrijven, iets tijdelijk kunnen onthouden, kunnen onthouden dat je iets later moet doen)
  • Zelfsturing en plannen (bijv. zelfstandig taken kunnen initiëren, prioriteren kunnen stellen, weten wanneer je om hulp moet vragen)
  • Probleemoplossend vermogen (bijv. door hebben wanneer iets fout gaat, het kunnen maken van beslissingen met onzekerheden of onvolledige informatie, het doorhebben wanneer een situatie urgent is)
  • Abstracte redenering (bijv. begrijpen van oorzaak en gevolg, snappen van regels en wanneer uitzonderingen gelden, het kunnen generaliseren van een geleerde taak in een nieuwe context)
  • Metacognitie en zelfkennis (bijv. je eigen krachten en beperkingen kennen, weten wat voor ondersteuning je nodig hebt, reflecteren op je eigen gedrag)

Sociaal ​

Sociaal functioneren omvat vaardigheden die je nodig hebt om goed te kunnen functioneren binnen sociale contexten. Het gaat over het begrijpen van andere mensen en hoe je functioneert in relaties en sociale systemen. De onderdelen zijn meestal:

  • Communicatie met andere mensen (bijv. weten hoe je een gesprek kan starten, volhouden en eindigen, weten hoeveel informatie je kan delen, de juiste toon kunnen gebruiken)
  • Sociaal bewustzijn (bijv. ervan bewust zijn dat andere mensen andere gedachtes, gevoelens en perspectieven hebben, begrijpen dat je gedrag invloed heeft op anderen, de sfeer kunnen aanvoelen)
  • Empathie (bijv. aanvoelen hoe anderen zich voelen en daar gepast op reageren)
  • Sociale inschatting (bijv. weten wat je wel en niet kan zeggen, weten wanneer situaties veilig of risicovol zijn)
  • Goedgelovigheid en naïviteit (bijv. het doorhebben wanneer iemand misbruik maakt van je, het kunnen identificeren van misleiding en manipulatie, mensen niet te snel op hun woord geloven)
  • Relaties vormen en onderhouden (bijv. de verschillende soorten relaties begrijpen, vriendschappen starten en onderhouden, weten hoe je conflict navigeert)
  • Sociale verantwoordelijkheid (bijv. snappen waarom regels en wetten bestaan, de impact van je acties op anderen erkennen en hier verantwoordelijkheid voor nemen)
  • Voorkomen van victimisatie (bijv. het door hebben van uitbuiting, patronen van misbruik en "grooming", het snappen van "consent", weten wanneer je hulp moet vragen)
  • Opkomen voor jezelf (bijv. grenzen kunnen zetten en bewaken, weten wanneer je iets niet fijn vindt)
  • Emotieregulatie in sociale contexten (bijv. emotionele reacties kunnen reguleren tijdens interacties, omgaan met sociale stress en afwijzing)

Praktisch ​

Praktisch functioneren betreft de alledaagse vaardigheden die iemand nodig heeft om zelfredzaam te zijn in huis en maatschappij. In andere woorden, hoe goed kan iemand hun ADLs doen.

Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADLs) ​

De ADLs worden onderverdeeld in 2 categorieën: de basis ADLs (bADLs) en de instrumentele ADLs (iADLs).

Basis ADLs
De basis ADLs omvatten (onder andere) het volgende:

  • Baden en douchen: Het gebruiken van een bad of douche, jezelf schoon krijgen.
  • Uiterlijke verzorging: Tandenpoetsen, scheren, haarverzorging.
  • Aankleden: Aan- en uitkleden.
  • Eten en drinken: Voeding tot zich nemen en drinken.
  • Mobiliteit: In/uit bed komen, gaan zitten en opstaan uit een stoel, lopen.
  • Toiletgebruik: Het toilet gebruiken.
  • Continentie: Darm- en blaasbeheer.

Instrumentele ADLs
De instrumentele ADLs omvatten (onder andere) het volgende:

  • Telefoneren: Telefoonnummers opzoeken en gebruiken.
  • Boodschappen doen: Levensmiddelen en kleding kopen.
  • Maaltijden bereiden: Maaltijden plannen, bereiden en opdienen.
  • Huishouden: Licht en zwaar huishoudelijk werk verrichten.
  • Wassen/schoonmaken: Kleding wassen en het huis schoonhouden.
  • Vervoer: Openbaar vervoer gebruiken en/of zelf autorijden.
  • Medicatiebeheer: Medicijnen op de juiste tijd en in de juiste dosering innemen.
  • Financiën beheren: Bankzaken regelen en rekeningen betalen.