Skip to content

Using the adaptive functioning method ​

Last edited on: 21-9-2026

NOTE: The English version of this is still in the works. Please check back at a later time. You can use the date by "last edited on" above to see if anything changed since you least visited.
DISCLAIMER
Even though this information has been written with as much accuracy in mind, it is NOT based on actual scientific research. It's purely something I thought of myself. Don't take it too seriously.
Contents

Introductie ​

Op deze pagina leg ik uit hoe je met de adaptief functioneren methode volgens mijn framework kan kijken onder welk ondersteuningsbehoefte label je kan vallen. Daarnaast leg ik uit waarom ik deze methode beter vind dan de ADL methode.
Om de inhoud van deze pagina te begrijpen, is het belangrijk dat je weet wat adaptief functioneren inhoudt. Verder is het van belang dat je de andere onderwerpen op de Ondersteuningsbehoeften labels: Esther's interpretatie pagina heb gelezen en dat je die begrijpt.

De ondersteuningsbehoeften labels definiëren ​

Bij deze methode wordt er apart gekeken naar de drie domeinen van adaptief functioneren; conceptueel, sociaal en praktisch. Bij ieder domein apart definieer ik de ondersteuningsbehoeften labels als volgt:

LabelDefinitie per domein (volgens dit framework)
LSNHeeft voor dit domein ondersteuning nodig
in het dagelijks leven, houdend aan de definitie
van "nodig hebben".
MSNHeeft voor dit domein substantiële ondersteuning
nodig in het dagelijks leven. De "niet kunnen"
categorie zonder deze ondersteuning is voor
minimaal 50% executief-functioneel.
HSNHeeft voor dit domein zeer substantiële
ondersteuning nodig in het dagelijks leven. De
"niet kunnen" categorie zonder deze ondersteuning
is voor minimaal 75% praktisch.

Daarna, wanneer voor ieder domein een label bepaald is, wordt het overkoepelende label als volgt gedefinieerd:

LabelMogelijke definities (volgens dit framework)
MiSNHeeft op 2 of meer domeinen geen label (voldoet niet aan
de minimale voorwaarden voor LSN) alleen identificeert zichzelf
wel als persoon met een beperking
LSNHeeft op 2 domeinen LSN en heeft op 1 domein geen label
(voldoet niet aan de minimale voorwaarden voor LSN)
Heeft op alle domeinen LSN
Heeft op 2 domeinen LSN en 1 domein MSN
MSNHeeft op 2 domeinen LSN en 1 domein HSN
Heeft op 1 domein LSN en 2 domeinen MSN
Heeft op 1 domein LSN, 1 domein MSN en 1 domein HSN
Heeft op alle domeinen MSN
Heeft op 2 domeinen MSN en 1 domein HSN
HSNHeeft op 1 domein LSN en 2 domeinen HSN
Heeft op 1 domein MSN en 2 domeinen HSN
Heeft op alle domeinen HSN

Lager dan LSN: Minimale ondersteuningsbehoefte ​

Het kan zijn dat je de grens voor LSN niet haalt alleen je jezelf nog steeds een ondersteuningsbehoefte label wil geven. Mogelijk omdat je wel een diagnose of beperking hebt en daar een beetje ondersteuning voor nodig hebt. In dit geval val je volgens mijn framework onder minimale ondersteuningsbehoefte (MiSN).

Bepalen van het ondersteuningsbehoefte label ​

Net als bij de ADL methode, is er op dit moment geen betrouwbaar algoritme te bedenken om te bepalen onder welk ondersteuningsbehoefte label iemand valt. Anders was dit al wel gedaan door professionals. Wat ik wel kan doen is mijn eigen definities gebruiken en hier richtlijnen aan geven. Deze richtlijnen heb ik dus zelf bedacht, dus neem ze ook niet te serieus.

Belangrijke onderdelen ​

Tijdens het bedenken van deze zeer onofficiële richtlijnen, heb ik een aantal belangrijke dingen meegenomen. Ik noem deze hier en leg mijn redenatie uit.
De ondersteuningsbehoeften labels heten natuurlijk niet voor niks zo; het gaat over de behoefte aan ondersteuning die iemand heeft. Alleen het gaat, naar mijn mening, niet alleen over hoeveel ondersteuning iemand nodig heeft, maar ook over de soort en frequentie hiervan.

Hoeveel ondersteuning ​

Het eerste waar naar gekeken moet worden is hoeveel ondersteuning iemand nodig heeft. Er moet dus niet gekeken worden naar wat de persoon allemaal wel kan. Hoewel het natuurlijk heel mooi is wanneer iemand duurzame zelfstandigheid heeft, gaan de ondersteuningsbehoeften labels hier niet over. Het gaat hier over de ondersteuning die iemand nodig heeft. Of iemand zelf of met minimale ondersteuning boodschappen kan doen is naar mijn mening niet relevant.

Soort ondersteuning ​

Daarnaast is de soort ondersteuning, zoals ik ook geschreven heb bij het definiëren van de soorten "hulp", erg belangrijk. De hulpmethoden "heeft duidelijke instructies op papier nodig om te kunnen koken" en "iemand anders moet voor hun koken" zijn duidelijk anders in hoe ingrijpend ze zijn voor de persoon zelf. Ik ben van mening dat hoe ingrijpender een hulpmethode is, des te hoger de ondersteuningsbehoefte is. Hierdoor is de soort ondersteuning erg relevant bij het bepalen van een ondersteuningsbehoefte label.

Frequentie van de ondersteuning ​

Ook de frequentie van de ondersteuning is een belangrijk onderdeel. Volgens mijn framework moet bij het bepalen van het ondersteuningsbehoefte label uitgegaan worden van iemand hun baseline van de afgelopen 9 maanden tot 2 jaar. Alleen regelmatig kunnen binnen iemand hun baseline nog steeds aardige fluctuaties voor komen. Ik vind dat er bij het bepalen van iemand hun label, de frequentie dat de hulpmethode nodig is meegenomen moet worden.

De richtlijnen ​

Ik heb de volgende richtlijnen geformuleerd:

Wanneer welke label ​

In mijn framework gelden de volgende grenzen:
LSN: Wanneer er voor een domein na correctie minimaal 5 hulpmethoden van categorie AF_C nodig zijn, of zonder correctie minimaal 5 AF_B of AF_A.
MSN: Wanneer er voor een domein na correctie minimaal 4 hulpmethoden van categorie AF_B nodig zijn, of zonder correctie minimaal 4 AF_A. De "niet kunnen" categorie zonder de hulp is voor minimaal 50% executief-functioneel of hoger.
HSN: Wanneer er voor een domein na correctie minimaal 3 hulpmethoden van categorie AF_A nodig zijn. De "niet kunnen" categorie zonder de hulp is voor minimaal 75% praktisch of hoger.

Minimale hulp
na correctie
Minimale categorie
LSN5 AF_C+*N.v.t.
MSN4 AF_B+*Executief-functioneel (≥50%)
HSN3 AF_APraktisch (≥75%)

* Hulpcategorieën hoger dan deze grens worden niet gecorrigeerd

Frequentie ​

Met de frequentie wordt gekeken naar hoe vaak de hulpmethode nodig is binnen de momenten waarop die relevant is. Bijvoorbeeld, iemand heeft altijd, meestal of vaak een visueel stappenplan nodig met het maken van een tosti.
In mijn framework definieer ik de volgende frequenties:

FrequentieWaarde*
Altijd90 tot 100%
Meestal70 tot 89%
Vaak50 tot 69%

* Volgens dit framework

Ik heb ervoor gekozen om niet lager dan 50% te gaan, omdat ik vind dat als een hulpmethode minder dan dat nodig is, dit niet frequent genoeg is om als "nodig" te benoemen.

De frequentie dat een hulpmethode nodig is wordt in dit framework meegewogen. Dit wordt gedaan door aan iedere frequentie een vaste waarde te koppelen, om daar het aantal benodigde hulpmethoden mee aan te passen.
Komen ze overeen met:

FrequentieCorrectie waarde*
Altijd1
Meestal0,8
Vaak0,6

* Volgens dit framework

Waarom ik deze methode beter vind ​

Als je de ADL en adaptief functioneren methoden die ik uitgewerkt heb in mijn framework naast elkaar legt, vind ik de adaptief functioneren methode beter. Ik vind dit omdat deze uitgebreider is; hij kijkt naar meer vlakken waar iemand hulp nodig heeft dan de ADL methode.
De impact van beperkte conceptuele en sociale vaardigheden wordt naar mijn mening vaak onderschat. Als je enkel zou kijken naar welke ondersteuning iemand nodig heeft voor de ADLs, mis je vaak een groot deel van iemand hun ondersteuningsbehoeften. Dit is vooral zo bij mensen met een neurobiologische ontwikkelingsstoornis (bijv. autisme, ADHD, verstandelijke beperking) of andere neurodivergenties.

Voorbeelden ​

Voorbeeld 1: Label van een domein bepalen ​

Verschillende mensen willen het label dat bij hun past voor een specifiek domein bepalen.

Persoon X ​

Persoon X heeft voor het sociaal adaptief functioneren domein (onder andere) de volgende soorten hulp nodig:

HulpmethodeHulpFrequentieCorrectie"Niet kunnen"
Iemand die hun helpt door
hun non-verbale communicatie
te "vertalen" in woorden
AF_AAltijd1,0Praktisch
Iemand die voor hun opkomt
en hun grenzen bewaakt in
sociale situaties
AF_AAltijd1,0Praktisch
Iemand die met hun mee gaat
naar buiten om hun te beschermen
tegen manipulatie, uitbuiting en
misleiding
AF_AAltijd1,0Praktisch

Persoon X heeft, na correctie, 3 AF_A hulpmethoden nodig op het sociaal domein. De "niet kunnen" categorie is 100% praktisch niet kunnen. Hierdoor valt persoon X volgens mijn framework onder HSN op het sociaal domein. Het label wat het beste bij hun past op dit domein kan in realiteit echter anders zijn.

Persoon Y ​

Persoon Y heeft voor het conceptueel adaptief functioneren domein de volgende soorten hulp nodig:

HulpmethodeHulpFrequentieCorrectie"Niet kunnen"
Iemand die hun helpt met het
maken van een planning
AF_BAltijd1,0Executief-functioneel
Iemand die hun helpt met het
begrijpen van complexe
mondelinge informatie
AF_BMeestal0,8Praktisch
Iemand die hun helpt bij het
bepalen welke informatie uit
verschillende documenten
relevant is
AF_BMeestal0,8Executief-functioneel
Iemand die hun help met
inchecken met zichzelf
AF_BMeestal0,8Executief-functioneel

Persoon Y heeft, na correctie, 3,4 AF_B hulpmethoden nodig op het conceptueel domein. De "niet kunnen" categorie is 75% executief-functioneel en 25% praktisch niet kunnen. Omdat 3,4 AF_B hulpmethoden minder is dan de grens van 4, valt persoon Y volgens mijn framework niet onder MSN. Deze persoon valt volgens mijn framework onder LSN op het conceptueel domein. Het label wat het beste bij hun past op dit domein kan in realiteit echter anders zijn.

Persoon Z ​

Persoon Z heeft voor het praktisch adaptief functioneren domein de volgende soorten hulp nodig:

HulpmethodeHulpFrequentieCorrectie"Niet kunnen"
Iemand die voor hun kooktAF_AMeestal0,8Executief-functioneel
Iemand die het plannen en
uitvoeren van vervoer van
hun overneemt
AF_AMeestal0,8Executief-functioneel
Iemand die hun fysiek helpt
met douchen
AF_AVaak0,6Praktisch
Iemand die hun tanden voor
hun poetst
AF_AVaak0,6Praktisch
Iemand die het huishouden
volledig van hun overneemt
AF_AVaak0,6Rationeel

Persoon Z heeft, na correctie, 3,4 AF_A hulpmethoden nodig op het praktische domein. De "niet kunnen" categorie is 20% rationeel, 40% executief-functioneel en 40% praktisch niet kunnen. De hoeveelheid hulpmethoden na correctie voldoet aan de minimumgrens van HSN. Maar omdat er niet aan het minimum van 75% of meer praktisch niet kunnen voldaan wordt, valt die op dit domein niet onder HSN. Omdat hogere hulpcategorieën dan die nodig zijn voor een label niet gecorrigeerd worden, voldoet persoon Z wel aan de grens voor MSN. Hierdoor valt persoon Z op het praktische domein onder MSN. Het label wat het beste bij hun past op dit domein kan in realiteit echter anders zijn.

Voorbeeld 2: Overkoepelende label bepalen ​

Persoon M ​

De verdeling van de ondersteuningsbehoeften labels per domein van persoon M zijn als volgt:

DomeinLabel
ConceptueelMSN
SociaalMSN
PraktischLSN

Omdat 2 van de domeinen onder MSN vallen en de overige onder LSN, is het overkoepelende ondersteuningsbehoefte label van persoon M volgens mijn framework MSN. Het label wat het beste bij hun past kan in realiteit echter anders zijn.

Persoon N ​

De verdeling van de ondersteuningsbehoeften labels per domein van persoon N zijn als volgt:

DomeinLabel
ConceptueelHSN
SociaalLSN
PraktischHSN

Omdat 2 van de domeinen onder HSN vallen en de overige onder LSN, is het overkoepelende ondersteuningsbehoefte label van persoon N volgens mijn framework HSN. Het label wat het beste bij hun past kan in realiteit echter anders zijn.

Persoon O ​

De verdeling van de ondersteuningsbehoeften labels per domein van persoon O zijn als volgt:

DomeinLabel
ConceptueelLSN
SociaalMSN
PraktischLSN

Omdat 2 domeinen onder LSN vallen en de overige onder MSN, is het overkoepelende ondersteuningsbehoefte label van persoon O volgens mijn framework LSN. Het label wat het beste bij hun past kan in realiteit echter anders zijn.