Skip to content

ADL method ​

Last edited on: 13-6-2026

NOTE: The English version of this is still in the works. Please come back at a later time.
DISCLAIMER
Even though this information has been written with as much scientific accuracy in mind, it is NOT based on actual scientific research. It's purely something I thought of myself. Don't take it too seriously.

Contents:

Introduction ​

On this page I explain how you can use the ADL method within my framework to see which support needs label you might fall under.
To understand the contents of this page, it's important you understand what the different ADLs (not yet available in English) are, and what the difference is between the basic and instrumental ADLs. Besides that it's important you've read and understood the other subjects on the Support needs labels: Esther's interpretation page.

Defining the support needs labels ​

I'll first define how I interpret the different support needs labels.
LSN: Needs significant support with a few iADLs. Can do all bADLs without significant help. The "can't do" category without the significant support is "rationally" at the least.
MSN: Needs significant support with most iADLs and a few bADLs. The "can't do" category without the significant support is at the minimum about half "executive-functionally."
HSN: Needs significant support with all the iADLs and the vast majority of the bADLs. The "can't do" category without the significant support is at the minimum mainly "practically."

Table ​

I've also put the information in a table, to hopefully make it more clear. The cells tell how much significant support someone has to need. NB: the numbers and percentages are a product of my own mind. Don't take them too seriously.

bADLsiADLsMinimum category
LSNNone (0)A couple (2-3)Rationally (100%)
MSNA few (3-4)Most (5-6)Executive-functionally (50%)
HSNThe vast majority (6+)All (8)Practically (75%)

In-between labels ​

If you see the spectrum of the lowest LSN to the highest HSN as a straight line (which is an oversimplification, but for visualization), then the definitions written down above would be the "middle" of each label. I'll also define the in-between labels.
L/MSN: Needs significant support with a (couple) bADL(s) and a few iADLs. The "can't do" category without the significant support is at the minimum about 75% "rationally" and at the minimum about 25% "executive-functionally."
M/HSN: Needs significant support with most bADLs and the vast majority of the iADLs. The "can't do" category without the significant support is at the minimum about half "executive-functionally" and at the minimum about half "practically."
The table will then be:

bADLsiADLsMinimum category
LSNNone (0)A couple (2-3)Rationally (100%)
L/MSNA couple (1-2)A few (3-4)Rationally/
Executive-functionally (75/25)
MSNA few (3-4)Most (5-6)Executive-functionally (50%)
M/HSNMost (5)The vast majority (6-7)Executive-functionally/
Practically (50/50)
HSNThe vast majority (6+)All (8)Practically (75%)

What to look at? ​

There are different moments in your life you could look at to discover which support needs labels fits you best. You can look at your average support needs, or to a very difficult period in your life. I decided that, when using my framework, you should look at your baseline of the last 9 months to 2 years. While doing this, you should look at what you need to have a good quality of life and to be content with your life. You also need to look at your support needs as a whole. So do not only look at one diagnosis or cluster of symptoms, look at everything at the same time.

lower than LSN: Minimal support needs ​

(Still needs translation)
Het kan zijn dat je de grens voor LSN niet haalt alleen je jezelf nog steeds een ondersteuningsbehoefte label wil geven. Mogelijk omdat je wel een diagnose of beperking hebt en daar een beetje ondersteuning voor nodig hebt. In dit geval val je volgens mijn framework onder minimale ondersteuningsbehoefte (MiSN).

Defining "significant" ​

So to see which label you could fall under, you need to know for which ADLs you need significant help. But when is something significant enough? When does it count? Unfortunately, there isn't really a concrete answer to that. What I can say is what kinds of things are important to look at:

  • The amount of support. This can be between a little to a lot.
  • The kind of help, while taking the hierarchy in Defining "help" into account.
  • The consequences of when the help isn't there. This can be between mild and catastrophic.
  • The "can't do" category someone experiences.

Guidelines for "significant enough" ​

(Still needs translation)
Er is op dit moment geen betrouwbaar algoritme te bedenken om te bepalen of de hulp die je krijgt voor een bepaalde ADL significant genoeg is. Dit was te verwachten, want anders was daar al lang een wetenschappelijk artikel over gepubliceerd. Alleen wat ik wel kan doen is losse richtlijnen geven, dus dat doe ik hier. Alleen neem het dus niet te serieus.
Let op: Er zit een verschil tussen ergens hulp bij nodig hebben per de definitie van "nodig hebben" volgens mijn framework, en de significantie van die hulp. Je kan hulp nodig hebben voor iets, alleen het kan zijn dat die hulp de grens van significantie van mijn framework niet overschrijd. Dit betekend niet dat de hulp die je nodig hebt niet "erg" genoeg is, alleen dat het als niet significant genoeg gezien wordt door mijn framework.

Wanneer is de hulp die ik ontvang significant genoeg voor een bepaalde ADL? ​

De cijfers in de cellen geven aan hoeveel verschillende hulpmethoden uit die categorie je nodig hebt om voor een specifieke ADL significant genoeg hulp nodig hebt.

bADLiADL
Categorie A1+1+
Categorie B2+2+
Categorie C3+2+
Categorie D4+3+
Categorie ENeverNever

Als geheugensteuntje, de verschillende categorieën:
A: Hoge menselijke hulp
B: Menselijke omgeving en hoge adaptieve hulp
C: Lage menselijke en aangezette omgeving hulp
D: Hoge zelf, lage adaptieve en adaptieve omgeving hulp
E: Lage zelf en zelfstandige omgeving hulp

Aanvullende methode ​

Iedere hulpmethode die je nodig hebt om een taak te kunnen doen, telt als 1 punt door de categorie waar die methode bij hoort. De totale hoeveelheid punten van een categorie kunnen dan door de helft gedaan worden om ze mee te nemen met een categorie er boven.Dus, als je 1 categorie B en 2 categorie C hulpmethoden nodig hebt voor een ADL, tellen die samen als 2 categorie B methoden. Als de ADL een iADL was had dit niet uitgemaakt, alleen als het een bADL was wel. De grens van significantie ligt voor de iADL namelijk op 2+ categorie C methoden, alleen voor een bADL op 3+. Alleen let op, deze methode mag niet gebruikt worden om van een categorie E een categorie D hulpmethode te maken.

Examples ​

Voorbeeld 1: iADL "maaltijd bereiden" ​

Verschillende mensen willen onderzoeken of ze voor de iADL "maaltijden bereiden" een significante hoeveelheid hulp nodig hebben.

Persoon X ​

Wanneer persoon X een maaltijd wilt maken, heeft die meestal hulp nodig bestaand uit:

  • Het gebruik van een simpel kookboek (lage adaptieve hulp -> categorie D)
  • Oordoppen tegen het geluid (zelfstandige omgeving hulp -> categorie E)

Hen heeft 1 categorie D en 1 categorie E hulpmethoden nodig. De grens van significantie voor categorie D ligt op 3+, terwijl persoon X een score heeft van 1 heeft op die categorie. Hierdoor heeft die voor de iADL "maaltijden bereiden" geen significante hulp nodig volgens deze richtlijnen.

Persoon Y ​

Wanneer persoon Y een maaltijd wilt maken, heeft die meestal hulp nodig bestaand uit:

  • Een stap-voor-stap visueel schema met de stappen (hoge adaptieve hulp -> categorie B)
  • Iemand die hun herinnert om pauze te nemen wanneer die overweldigd raakt (aangezette omgeving hulp -> categorie C)
  • Iemand die hun herinnert om te starten met de taak (lage menselijke hulp -> categorie C)

Hen heeft 1 categorie B en 2 categorie C hulpmethoden nodig. De grens van significantie voor categorie C ligt op 2+, waar persoon Y een score heeft van 2. Hierdoor heeft die voor de iADL "maaltijden bereiden" wel significante hulp nodig. Ook als gekeken wordt naar categorie B zou persoon Y significante hulp nodig hebben, omdat de 2 punten voor categorie C gelijk staan aan 1 categorie B punt. Hierdoor heeft persoon Y in totaal 2 categorie B punten, waardoor die ook daar aan de significantie grens voldoet.

Persoon Z ​

Wanneer persoon Z een maaltijd wilt maken, heeft die meestal hulp nodig bestaand uit:

  • Een kant-en-klare maaltijd (hoge adaptieve hulp -> categorie B)
  • Iemand die voor hun kookt (hoge menselijke hulp -> categorie A)

Hen heeft 1 categorie A en 1 categorie B hulpmethoden nodig. De grens van significantie voor categorie A ligt op 1+. Persoon Z heeft 1 categorie A hulpmethode nodig, waardoor die voor de iADL "maaltijden bereiden" wel significante hulp nodig heeft.

Voorbeeld 2: bADL "uiterlijke verzorging" ​

Verschillende mensen willen onderzoeken of ze voor de bADL "uiterlijke verzorging" een significante hoeveelheid hulp nodig hebben.

Persoon M ​

Persoon M heeft voor uiterlijke verzorging meestal hulp nodig bestaand uit:

  • Een alarm op hun mobiel als herinnering (lage adaptieve hulp -> categorie D)
  • Hun spullen op vast plekken houden (zelfstandige omgeving hulp -> categorie E)
  • Een visueel stappenplan van een taak (hoge adaptieve hulp -> categorie B)

Hen heeft 1 categorie B, 1 categorie D en 1 categorie E hulpmethode nodig. Voor bADLs ligt de grens van significantie voor categorie B op 2+ en D op 4+. Persoon M heeft voor de bADL "uiterlijke verzorging" geen significante hulp nodig volgens deze richtlijnen.

Persoon N ​

Persoon N heeft voor uiterlijke verzorging meestal hulp nodig bestaand uit:

  • Een douchestoel tijdens het douchen (hoge adaptieve hulp -> categorie B)
  • Iemand die suggereert de taak nodig lijkt (lage menselijke hulp -> categorie C)
  • Iemand die hun helpt het douchen te initiëren (lage menselijke hulp -> categorie C)
  • Zelf muziek aanzetten voor tijdens de taak (zelfstandige omgeving hulp -> categorie E)

Hen heeft 1 categorie B, 2 categorie C en 1 categorie E hulpmethode nodig. Voor bADLs ligt de grens van significantie voor categorie B op 2+ en C op 3+. Het lijkt alsof persoon N geen significante hulp nodig heeft, alleen als we de aanvullende methode gebruiken staan 2 punten voor categorie C gelijk aan 1 punt voor categorie B. Hierdoor heeft persoon N wel significante hulp nodig voor de bADL "uiterlijke verzorging".

Persoon O ​

Persoon O heeft voor uiterlijke verzorging meestal hulp nodig bestaand uit:

  • Iemand die de taak volledig overneemt (hoge menselijke hulp -> categorie A)

Hen heeft 1 categorie A hulpmethode nodig. Voor bADLs ligt de grens van significantie voor categorie A op 1+. Hierdoor heeft persoon O wel significante hulp nodig voor de bADL "uiterlijke verzorging".

Voorbeeld 3: label bepalen ​

Verschillende mensen willen onderzoeken onder welk ondersteuningsbehoefte label ze kunnen vallen.

Persoon P ​

Persoon P heeft voor 4 bADLs en 6 iADLs significante hulp nodig. Wanneer deze hulp wegvalt wordt de "niet kunnen" categorie van de ADLs ongeveer 80% executief-functioneel en 20% rationeel.
Deze persoon voldoet zowel voor het aantal ADLs waar hen significante hulp bij nodig heeft (4/3-4 en 6/5-6), als de minimaal benodigde "niet kunnen" categorie (80%/50%) onder MSN. Hen valt volgens mijn richtlijnen dus onder MSN. Het label wat het beste bij hun past kan echter anders zijn.

Persoon Q ​

Persoon Q heeft voor 6 bADLs en 8 iADLs significante hulp nodig. Wanneer deze hulp wegvalt wordt de "niet kunnen" categorie van de ADLs voor ongeveer 40% executief-functioneel en ongeveer 60% praktisch. Hoewel persoon Q voldoet aan de hoeveelheid significante ADLs om onder HSN te vallen, zorgt het feit dat hun "niet kunnen" categorie niet 75% minimaal praktisch is er voor dat die volgens mijn richtlijnen niet onder HSN kan vallen. Maar hun "niet kunnen" categorie valt wel voor 50% minimaal praktisch en 50% minimaal executief-functioneel (40% + de overgebleven 10% van praktisch, die hoger in de hiërarchie staat).
Deze persoon valt volgens mijn richtlijnen onder M/HSN. Het label wat het beste bij hun past kan echter anders zijn.

Persoon R ​

Persoon R heeft voor 2 bADLs en 5 iADLs significante hulp nodig. Wanneer deze hulp wegvalt wordt de "niet kunnen" categorie van de ADLs voor ongeveer 30% praktisch, 50% executief-functioneel en 20% rationeel. Dit betekent dat persoon R aan de grens zou voldoen van 50% minimaal executief-functioneel (50% executief-functioneel + 30% praktisch, die hoger in de hiërarchie staat, = 80%) voor MSN. Alleen omdat die niet voldoet aan het minimale aantal ADLs voor MSN, valt die hier volgens mijn richtlijnen niet onder.
Deze persoon valt volgens mijn richtlijnen onder L/MSN. Het label wat het beste bij hun past kan echter anders zijn.