Skip to content

"Hulp" definiëren ​

Laatst bijgewerkt op: 1-6-2026

DISCLAIMER
Hoewel deze informatie zo wetenschappelijk correct mogelijk is waar dit kan, is het NIET gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Het is puur en alleen iets wat ik bedacht heb. Neem het dus ook niet te serieus.

Inhoud:

Introductie ​

Denkend aan de verschillende manieren waarop iemand hulp nodig zou kunnen hebben, heb ik 4 overkoepelende types gevonden:

  • Menselijke hulp
  • Adaptieve hulp
  • Zelf hulp
  • Omgeving hulp

Ik leg deze overkoepelende types en hun subtypes hieronder uit. Ook geef ik bij ieder subtype voorbeelden.
Belangrijk: de voorbeelden zijn ingedeeld op basis van de definitie van de term "nodig hebben" die eerder gemaakt is.

"Nodig hebben": Je hebt iets nodig wanneer de afwezigheid van de hulp een "kunnen" veranderd naar een "niet kunnen".

Menselijke hulp ​

Menselijke hulp is hulp die je nodig hebt om een taak te kunnen starten of afmaken dat alleen gegeven kan worden door een ander persoon. Dit type bevat enkel hulp die helpt met het uitvoeren van een ADL taak. Er is een spectrum van hulpmethoden van dit type. Ik noem ze "hoge" en "lage" menselijke hulp.

Hoge menselijke hulp ​

Hoge menselijke hulp bevat de hulpmethoden die het meest ingrijpend zijn. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Iemand die de taak volledig overneemt voor je
  • Hand-over-hand (iemand gebruikt hun handen om jouw handen te begeleiding)
  • Iemand die het maken van keuzes volledig overneemt van je.

Lage menselijke hulp ​

Lage menselijke hulp bevat menselijke hulpmethoden die relatief minder ingrijpend zijn, maar nog steeds alleen door een ander persoon gedaan kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Herinneringen die gegeven worden door een ander persoon
  • Hulp met het initiëren van een taak door een ander persoon
  • Body double-en

Tussen hoge en lage menselijke hulp ​

Er zijn ook hulpsoorten die tussen hoge en lage menselijke hulp vallen. Voorbeelden zijn:

  • Iemand die in kleine stappen stap voor stap uitlegt wat je moet doen terwijl je de zelf taak doorloopt.
  • Tijdens een taak blijft iemand bij je zodat die (delen van) de taak kan overnemen wanneer iets niet lukt.
  • Iemand legt alle benodigdheden voor een taak klaar zodat jij alleen de taak nog hoeft te doen.
  • Iemand die tegelijk met jou dezelfde taak doet zodat je hun na kan doen.

Adaptieve hulp ​

Adaptieve hulp is hulp die je nodig hebt om een taak te kunnen starten of afmaken, die de hulp die je kan ontvangen van een ander persoon doet vervangen door een hulpmiddel. Ook dit type bevat enkel hulp die helpt met het uitvoeren van een ADL taak. Er is hier ook een spectrum van hulpmethoden binnen het type. Ik noem ze weer "hoge" en "lage" adaptieve hulp.

Hoge adaptieve hulp ​

Hoge adaptieve hulp bevat adaptieve hulpmethoden die relatief het meest ingrijpend zijn. Voorbeelden zijn:

  • Video-instructies die je volgt tijdens het uitvoeren van de taak.
  • Visuele stappenplannen gebruiken
  • Adaptief bestek (bijv. gewogen, ergonomisch) gebruiken
  • Het gebruiken van een kant-en-klare maaltijd uit noodzaak

Lage adaptieve hulp ​

Lage adaptieve hulp bevat hulpmethoden die relatief minder ingrijpend zijn, maar die nog steeds als vervanging van de hulp van een ander persoon figureren. Voorbeelden zijn:

  • Alarmen op je mobiel gebruiken, bijv. als herinnering.
  • Een gedetailleerde (digitale) agenda gebruiken.
  • De weersvoorspelling gebruiken om je te helpen met het kiezen van een outfit.

Tussen hoge en lage adaptieve hulp ​

Er zijn ook hulpsoorten die naar mijn mening tussen hoge en lage adaptieve hulp vallen. Voorbeelden zijn:

  • Een app op je mobiel gebruiken om tekst hardop te laten voorlezen.
  • Uitgebreide (zelfbedachte) systemen, zoals beslisbomen en sjablonen, gebruiken.
  • Een app op je mobiel gebruiken om overzicht te houden wanneer je boodschappen moet doen.

Zelf hulp ​

Zelf hulp is hulp die je nodig hebt om een taak te kunnen starten of afmaken die je volledig zelfstandig en zonder hulpmiddelen gebruikt. Dit type bevat enkel hulp die helpt met het uitvoeren van een ADL taak.
Er is hier ook een spectrum van hulpmethoden. Ik noem ze "hoge" en "lage" zelf hulp.

Hoge zelf hulp ​

Onder hoge zelf hulp vallen de hulpmethoden die het meest ingrijpend zijn onder de soorten zelf hulp. Voorbeelden zijn:

  • Een taak altijd in precies dezelfde volgorde doen.
  • Jezelf stap voor stap door een taak heen begeleiden, hardop of mentaal.

Lage zelf hulp ​

Onder lage zelf hulp vallen de hulpmethoden die relatief minder ingrijpend zijn. Voorbeelden zijn:

  • Tijdens een taak een korte pauze nemen om even te herstellen en dan verder te gaan.
  • Bewust op je tempo letten en deze verlagen wanneer je te gehaast doet.
  • Jezelf aanmoedigen of positief toespreken tijdens het uitvoeren van een taak.

Omgeving hulp ​

Omgeving hulp omvat hulp dat veranderingen in de omgeving of je ervaring hiervan veranderen om het zo toegankelijk(er) te maken. Dit type hulp bevat enkel hulpmethoden die niet binnen menselijke, adaptieve of zelf hulp vallen. Voorbeelden zijn:

  • Een omgeving verlaten
  • Oordoppen gebruiken
  • Je kleding veranderen Omgeving hulp heeft 4 subcategorieën; menselijke, aangezette, adaptieve en zelfstandige.

Menselijke omgeving hulp ​

Deze hulpsoort bevat hulp waar een ander persoon veranderingen aanbrengt in de omgeving voor jou, zonder dat jij het initieert of er voor vraagt, en zonder dat er gewacht wordt op jouw toestemming. Voorbeelden zijn:

  • Een ander persoon merkt dat je ontregeld bent en help je met het verlaten van de omgeving/ruimte.
  • Iemand geeft je oordoppen aan je en zegt dat je ze in moet doen.
  • Iemand merkt op dat je je kleding oncomfortabel vind, en helpt je met het kiezen van andere kleding en het omkleden erin.

Aangezette omgeving hulp ​

Deze hulpsoort bevat hulp waar een ander persoon een verandering voorstelt, en waar jij zelf beslist dat je dit gaat doen. Voorbeelden zijn:

  • Iemand vraagt of je de ruimte/omgeving moet verlaten, waarna jij kiest om dit te doen.
  • Iemand suggereert om je oordoppen te gebruiken, waarna jij ervoor kiest om dat te doen.
  • Iemand suggereert dat het misschien een handig idee is om je kleding te verwisselen, waarna jij daarmee instemt en dat doet.

Adaptieve omgeving hulp ​

Deze hulpsoort bevat hulp die de aanzet pogingen van een ander persoon doet vervangen. Deze komt wellicht minder vaak voor, maar ik wou hem toch definiëren. Een voorbeeld waar ik aan kon denken is:

  • Je smartwatch geeft je een melding dat je hartslag hoog is. Dit betekend meestal dat je overprikkeld bent, dus je besluit de omgeving/ruimte te verlaten.

Zelfstandige omgeving hulp ​

Deze hulpsoort bevat hulp waarbij je zelf veranderingen maakt in je omgeving of je ervaring ervan. Voorbeelden zijn:

  • Een omgeving/ruimte verlaten omdat je overprikkelt begint te raken.
  • Je oordoppen pakken omdat je merkt dat je last hebt van de geluiden.
  • Je outfit veranderen omdat je merkt dat die niet comfortabel genoeg is.

Hiërarchie ​

Ik heb een algemene hiërarchie bepaald tussen de verschillende types, van meest naar minst ingrijpend. Let op: dit is volledig op mijn persoonlijke mening gebaseerd. Neem het niet te serieus.

  1. Hoge menselijke hulp
  2. Menselijke omgeving hulp
  3. Hoge adaptieve hulp
  4. Lage menselijke hulp
  5. Aangezette omgeving hulp
  6. Hoge zelf hulp
  7. Lage adaptieve hulp
  8. Adaptieve omgeving hulp
  9. Lage zelf hulp
  10. Zelfstandige omgeving hulp

Wanneer je twijfelt tussen verschillende types, neem dan degene die er het dichtste bij zit. Als dat niet helpt, neem dan het gemiddelde van de cijfers en rond af naar boven naar het volgende hele getal.

Categorieën ​

Ik heb de types in 5 verschillende categorieën geplaatst:
A: Hoge menselijke hulp
B: Menselijke omgeving en hoge adaptieve hulp
C: Lage menselijke en aangezette omgeving hulp
D: Hoge zelf, lage adaptieve en adaptieve omgeving hulp
E: Lage zelf en zelfstandige omgeving hulp

Richtlijn ​

Wanneer een hulpmethode van het menselijke of adaptieve type tussen de "hoge" en "lage" variant lijkt te vallen, neem dan de categorie die tussen de hoge en lage variant zit. Bijvoorbeeld, als de hulp methode tussen hoge adaptieve (B) en lage adaptieve (D) hulp ligt, tel deze soort hulp dan als een categorie C hulpmethode.
Volgens mijn framework kan een hulpmethode niet tussen hoge en lage zelf hulp liggen. Waarom? Puur en alleen omdat ik dat handiger vind voor nu.

Conclusie ​

Volgens mijn framework zijn er dus 4 overkoepelende categorieën hulp:

  • Menselijke hulp
  • Adaptieve hulp
  • Zelf hulp
  • Omgeving hulp

En de types hulp heb ik onderverdeeld in 5 categorieën:
A: Hoge menselijke hulp
B: Menselijke omgeving en hoge adaptieve hulp
C: Lage menselijke en aangezette omgeving hulp
D: Hoge zelf, lage adaptieve en adaptieve omgeving hulp
E: Lage zelf en zelfstandige omgeving hulp

Dat was alles voor dit onderwerp. Klik hier om terug te gaan naar de "Ondersteuningsbehoeften labels: Esther's interpretatie" pagina.