Skip to content

"Hulp" definiëren, AF methode ​

Laatst bijgewerkt op: 21-9-2026

DISCLAIMER
Hoewel deze informatie zo accuraat mogelijk is waar dit kan, is het NIET gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Het is puur en alleen iets wat ik bedacht heb. Neem het dus ook niet te serieus.
Inhoudsopgave

Introductie ​

In vergelijking met de categorieën van hulp die gedefinieerd waren bij de ADL methode, is het hier net wat anders. Ik heb 3 overkoepelende types gevonden:

  • Menselijke hulp
  • Adaptieve hulp
  • Zelf hulp

Ik leg deze overkoepelende types en hun subtypes hieronder uit. Ook geef ik bij ieder subtype voorbeelden op vlak van het adaptief functioneren apart.
Belangrijk: de voorbeelden zijn ingedeeld op basis van de definitie van de term "nodig hebben" die eerder gemaakt is.

"Nodig hebben": Je hebt iets nodig wanneer de afwezigheid van de hulp een "kunnen" veranderd naar een "niet kunnen".

Menselijke hulp ​

Menselijke hulp is hulp die alleen gegeven kan worden door een ander persoon. In vergelijking met de definitie van "hulp" voor de ADL methode gaat het nu niet exclusief over hulp voor het uitvoeren van een ADL.
Er is hier ook een spectrum van hulpmethoden. Ik noem ze "hoge" en "lage" menselijke hulp.

Hoge menselijke hulp ​

Hoge menselijke hulp bevat de hulpmethoden die het meest ingrijpend zijn. Hieronder benoem ik een aantal voorbeelden.

Conceptueel ​
  • Een ander persoon vereenvoudigd informatie voor je en legt dingen uit omdat je het anders niet begrijpt. Dat kunnen verschillende soorten informatie zijn, zoals geschreven, gesproken, etc.
  • Iemand anders heeft volledig beheer over jouw geld, bijvoorbeeld omdat jij het concept van geld niet snapt.
  • Iemand anders maakt zonder jouw input je dagelijkse planning.
Sociaal ​
  • Iemand die jou goed kent vertaalt jouw non-verbale communicatie naar gesproken woorden zodat anderen je beter kunnen begrijpen.
  • Iemand anders regelt jouw digitale en telefonische communicatie omdat jou dat niet lukt.
  • Wanneer je naar buiten gaat moet er iemand met je mee gaan om te voorkomen dat mensen met slechte bedoelingen misbruik maken van je.
Praktisch ​
  • Iemand help je fysiek met een taak door et voor je te doen.
  • Iemand neemt een taak volledig van je over
  • 1:1 begeleiding

Lage menselijke hulp ​

Lage menselijke hulp bevat menselijke hulpmethoden die relatief minder ingrijpend zijn, maar nog steeds alleen door een ander persoon gedaan kunnen worden. Hieronder benoem ik een aantal voorbeelden.

Conceptueel ​
  • Iemand helpt je met het prioriteren van taken.
  • Iemand controleert de planning die je gemaakt hebt om te kijken of het in lijn is met je doelen en wensen.
  • Iemand helpt je met inschatten hoe lang een taak kan duren.
Sociaal ​
  • Je spreekt met iemand een sociale situatie na omdat je iets niet snapte.
  • Iemand anders helpt je om het gesprek aan te gaan wanneer er iets is gebeurt wat niet fijn vond.
  • Je hebt afspraken met iemand over wanneer je afspreekt met elkaar omdat je anders geen contact initieert.
Praktisch ​
  • Een ander persoon geeft je een herinnering.
  • Een ander persoon helpt je met het initiëren van het doen van de taak.
  • Beschikking tot een persoon waar je vragen aan kan stellen.
Alles ​
  • Het moeten inzetten van body double-en.

Tussen hoge en lage menselijke hulp ​

Er zijn ook hulpsoorten die tussen hoge en lage menselijke hulp vallen. Hieronder benoem ik een aantal voorbeelden.

Conceptueel ​
  • Iemand maakt samen met jou je planning.
  • Iemand die je stap voor stap helpt met het maken van een beslissing zonder deze voor jou te nemen.
  • Iemand die je helpt met het opsplitsen van een taak in kleinere stappen.
Sociaal ​
  • Iemand helpt je met het voorbereiden van wat je kan zeggen tijdens een sociale situatie.
  • Iemand helpt je met het ontcijferen van mensen hun bedoelingen.
  • Iemand die met je mee gaat naar belangrijke afspraken.
Praktisch ​
  • Tijdens het uitvoeren van een taak blijft iemand bij je zodat die eventueel (delen van) de taak over kan nemen.
  • Iemand legt al je spullen klaar zodat je de taak kan doen.
  • Iemand die tegelijk met jou dezelfde taak doet zodat je hun na kan doen.

Adaptieve hulp ​

Adaptieve hulp is hulp die je nodig hebt om een taak te kunnen starten, uitvoeren en/of afmaken, die de hulp die je kan ontvangen van een ander persoon doet vervangen door een hulpmiddel. In vergelijking met de definitie van "hulp" voor de ADL methode gaat het nu niet exclusief over hulp voor het uitvoeren van een ADL.
Er is hier ook een spectrum van hulpmethoden. Ik noem ze "hoge" en "lage" adaptieve hulp.

Hoge adaptieve hulp ​

Hoge adaptieve hulp bevat adaptieve hulpmethoden die relatief het meest ingrijpend zijn. Hieronder benoem ik een aantal voorbeelden.

Conceptueel ​
  • Software die geschreven teksten kan vereenvoudigen en/of samenvatten.
  • Gespecialiseerde schermlezer.
Sociaal ​
  • Een AAC met oogsturing technologie voor communicatie.
Praktisch ​
  • Video-instructies die je volgt tijdens het uitvoeren van de taak.
  • Visuele stappenplannen gebruiken.
  • Adaptieve tools (bijv. gewogen, ergonomisch) gebruiken.
Alles ​
  • Een hulphond.
  • Een persoonlijk alarmsysteem die automatisch hulp oproept als er iets mis lijkt te gaan.

Lage adaptieve hulp ​

Lage adaptieve hulp bevat hulpmethoden die relatief minder ingrijpend zijn, maar die nog steeds als vervanging van de hulp van een ander persoon figureren. Hieronder benoem ik een aantal voorbeelden.

Conceptueel ​
  • Gebruiken van een navigatie app.
  • Rekenmachine voor dagelijks gebruik.
  • Een herinnering opschrijven op papier.
Sociaal ​
  • Gebruiken van tekst gebaseerde communicatiemethoden ten opzichte van bijvoorbeeld bellen.
  • Automatische spellingcontrole.
  • Vooraf opgestelde templates voor berichten.
  • Gebruiken van tone indicators of emoji's om de gewenste toon over te brengen via tekst.
Praktisch ​
  • Alarmen op je mobiel gebruiken, bijv. als herinnering.
  • Gebruiken van simpele apps.

Tussen hoge en lage adaptieve hulp ​

Er zijn ook hulpsoorten die tussen hoge en lage adaptieve hulp vallen. Hieronder benoem ik een aantal voorbeelden.

Conceptueel ​
  • Gespecialiseerde planning software.
Sociaal ​
  • Gebruiken van een lage technologie AAC (bijv. pictogrammenboek, communicatiekaarten) of een AAC tablet voor communicatie.
Praktisch ​
  • Uitgebreide (zelfbedachte) systemen, zoals beslisbomen en sjablonen, gebruiken.

Zelf hulp ​

Zelf hulp is hulp die je compleet zelfstandig implementeert zonder het gebruik van hulpmiddelen, en die niet onder menselijke of adaptieve hulp valt.
Er is hier ook een spectrum van hulpmethoden. Ik noem ze "hoge" en "lage" zelf hulp.

Hoge zelf hulp ​

Onder hoge zelf hulp vallen de hulpmethoden die het meest ingrijpend zijn onder de soorten zelf hulp. Hieronder benoem ik een aantal voorbeelden.

Conceptueel ​
  • Uitgebreide systemen hebben, bijvoorbeeld om dingen te onthouden of plannen.
  • Zelf opgestelde mentale "algoritmes" voor terugkerende situaties.
  • Een taak altijd in dezelfde volgorde moeten doen.
Sociaal ​
  • Het doelbewust bestuderen en toepassen van sociale regels.
  • Sociale situaties uitgebreid mentaal voorbereiden.
  • Jezelf bewust anders voordoen tijdens sociale interacties om zo meer social acceptabel over te komen.
Praktisch ​
  • Een taak altijd in precies dezelfde volgorde doen.
  • Jezelf stap voor stap door een taak heen begeleiden, hardop of mentaal.

Lage zelf hulp ​

Onder lage zelf hulp vallen de hulpmethoden die relatief minder ingrijpend zijn. Hieronder benoem ik een aantal voorbeelden.

Conceptueel ​
  • Informatie hardop of in je hoofd herhalen om het te onthouden.
  • Kort pauzeren om je gedachten te ordenen.
  • Bewust vertragen wanneer je merkt dat je aan het haasten bent.
Sociaal ​
  • Jezelf afzonderen in sociale situaties, bijvoorbeeld om negatieve reacties van andere op jouw sociale interacties te voorkomen.
Praktisch ​
  • Tijdens een taak een korte pauze nemen om even te herstellen en dan verder te gaan.
  • Bewust op je tempo letten en deze verlagen wanneer je te gehaast doet.

Hiërarchie ​

Ik heb een algemene hiërarchie bepaald tussen de verschillende types, van meest naar minst ingrijpend. Let op: dit is volledig op mijn persoonlijke mening gebaseerd. Neem het niet te serieus.

  1. Hoge menselijke hulp
  2. Hoge adaptieve hulp
  3. Lage menselijke hulp
  4. Hoge zelf hulp
  5. Lage adaptieve hulp
  6. Lage zelf hulp

Wanneer je twijfelt tussen verschillende types, neem dan degene die er het dichtste bij zit. Als dat niet helpt, neem dan het gemiddelde van de cijfers en rond af naar boven naar het volgende hele getal.

Categorieën ​

Ik heb de types in 5 verschillende categorieën geplaatst:
AF_A: Hoge menselijke hulp
AF_B: Hoge adaptieve hulp
AF_C: Lage menselijke hulp
AF_D: Hoge zelf en lage adaptieve hulp
AF_E: Lage zelf hulp

Richtlijn ​

Wanneer een hulpmethode van het menselijke of adaptieve type tussen de "hoge" en "lage" variant lijkt te vallen, neem dan de categorie die tussen de hoge en lage variant zit. Bijvoorbeeld, als de hulp methode tussen hoge adaptieve (AF_B) en lage adaptieve (AF_D) hulp ligt, tel deze soort hulp dan als een categorie AF_C hulpmethode.
Volgens mijn framework kan een hulpmethode niet tussen hoge en lage zelf hulp liggen. Waarom? Puur en alleen omdat ik dat handiger vind voor nu.

Conclusie ​

Volgens de herdefinitie van "hulp" binnen mijn framework zijn er dus 3 overkoepelende categorieën hulp:

  • Menselijke hulp
  • Adaptieve hulp
  • Zelf hulp

En deze types hulp heb ik onderverdeeld in 5 categorieën:
AF_A: Hoge menselijke hulp
AF_B: Hoge adaptieve hulp
AF_C: Lage menselijke hulp
AF_D: Hoge zelf en lage adaptieve hulp
AF_E: Lage zelf hulp

Dat was alles voor dit onderwerp. Klik hier om terug te gaan naar de "Ondersteuningsbehoeften labels: Esther's interpretatie" pagina.